TM Opvang & Projectmanagement begeleidt bewoners in Putte bij het opbouwen van een zo normaal mogelijk dagelijks leven. We ondersteunen hen bij praktische zaken en brengen hen in contact met onderwijs, werkgevers, vrijwilligersorganisaties en lokale activiteiten. Daarbij stimuleren we bewoners om zelf verantwoordelijkheid te nemen en hun talenten actief in te zetten. BN DeStem kwam langs op deze locatie en laat zien dat bewoners steeds meer onderdeel worden van de lokale samenleving, ook wanneer hun toekomst nog onzeker is.
Vluchtelingen vinden hun draai in Putte: ‘Maartoekomst blijft onzeker’
Wat als je thuis tijdens de feestdagen een oud kantoorpand in Putte is, duizenden kilometers van je geboortegrond? Dan maak je het knus op je eigen zes vierkante meter in de asielopvang en de kantine. „We vormen een soort familie.”
De kamerdeur op de eerste verdieping piept open. De 8-jarige Asiah stofzuigt grondig in wat ooit een kantoorruimte was van kunststoffabriek Van Niftrik. Nu woont ze hier met haar ouders en twee broertjes. Of we even binnen mogen komen? Moeder vindt het goed, zolang ze zelf maar niet op de foto hoeft.
Het is er klein, maar knus. Behalve drie kinderbedden met knuffels en het bed van pa en ma, achter een wandje, staat er niet veel. Zes vierkante meter per persoon is de richtlijn, soms iets meer of minder. Een vlag van Syrisch Koerdistan hangt aan de muur, samen met een poster van een paashaas met eieren, kerstversiering, een wereldkaart en de letters ‘Hartelijk gefeliciteerd’.
„Ik was jarig”, glundert Asiah. Nu zit ze nog op school bij Wereldwijs in Bergen op Zoom, waar haar moeder vrijwilligster is. „Het is leuk daar. Vanaf februari ga ik naar school in Putte, bij Op Dreef. Maar nu heb ik twee maanden vakantie”, zegt ze.
„Dat was in de zomer, rond kerst is het twee weken”, tempert wethouder Rainier Schuurbiers de verwachtingen. Hij is op bezoek met burgemeester Steven Adriaansen van Woensdrecht, die Asiah complimenteert: „Wat spreek jij al goed Nederlands.” Broertje Mohammed reageert: „Ik kan ook al lezen en rekenen.” Vanaf de gang komt broer Fauzi erbij voor de foto.
Papa is niet thuis; hij werkt als serveerder in Den Haag, vertelt Marwan Akachar van TM Opvang, dat sinds 1 oktober de locatie in Putte beheert. „Je mag als asielzoeker pas aan de slag als je zes maanden in Nederland bent, een burgerservicenummer en tewerkstellingsvergunning hebt. De wachtlijst was enorm, maar die is nu weggewerkt.”
Bovendien mogen vluchtelingen nu het hele jaar door werken, niet slechts 24 weken. „Het vinden van een baan wordt een speerpunt: we zijn actief op zoek voor hen, ook bij lokale ondernemers. Drie bewoners werken bij een kaasfabriek in Etten-Leur en één in de schoonmaak. Van de 60 bewoners die mogen werken, dienden er al 40 hun cv in. In januari organiseren we een selectiedag met uitzendbureau Olympia.”
Strengere eisen
Maar er verandert meer in Putte, waar eind 2022 de eerste groep van 95 mensen crisisnoodopvang kreeg. „Daarna werd dit een tijdelijke gemeentelijke opvang, een tgo”, vertelt Akachar. Dat groeide naar 124 plaatsen. „En nu maken we er een dgo van, een duurzame opvang. Daar gelden andere eisen voor.”
Dat verklaart de verbouwing van een opslaghal, die ook werd gebruikt als klas voor Nederlandse les en als zithoek. Nu ligt de pooltafel vol gereedschap. „We moeten nu voldoen aan de standaard van Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA), met ruimtes voor een assistente met balie, een verpleegkundige, een dokter en een wachtkamer waar je een nummer moet trekken, zoals bij een huisarts.”
Vanaf 1 januari 2026 moet de medische hoek voldoen aan alle eisen voor eerstelijnszorg, veiligheid en hygiëne. „Het is een harde deadline, dus 31 december wordt een dag van opruimen en schoonmaken; dat doen we zelf. Later maken we de rest van de hal huiselijker.
Op de knieën, het vloertje leggen.” Meteen een nuttige activiteit, stelt Akachar. „Wij zijn ook verantwoordelijk voor de dagbesteding. Sommigen vormen de kookgroep die in de kantine het eten bereidt. Wij kopen centraal in bij Sligro om de kosten te drukken – wel halal, passend bij de aanwezige culturen. Verse groenten bestellen we bij een bedrijf uit Woensdrecht.”
De basis is sober, maar gevarieerd en gezond, aldus Akachar. „Vlees, vis, groenten, rijst en aardappelen. En één keer per week friet met een burger. We stimuleren dat iedereen samen eet wat de pot schaft. Wie toch voor zichzelf kookt, pakt iets uit het winkeltje, waar je ook ontbijt en lunch kunt halen, maar geen vlees. Op is op.”
Een nieuwe uitdaging wacht Akachar als het doel om mensen aan een betaalde baan te helpen een succes wordt. „Dan zal het kookteam waarschijnlijk kleiner worden.”
Maar de wil om te werken is groot, ook bij Nahed Ghaya (43). „Nu help ik met koken en wassen. Maar ik wil graag een echte baan, positief bijdragen aan de samenleving. Het liefst verdien ik mijn eigen geld; dat geeft me persoonlijke waardigheid. Mogelijk ga ik schoonmaken bij een bedrijf in Bergen op Zoom.”
Haar man en drie zoons, een van twaalf en een tweeling van zeven, zijn nog in Syrië. „Soms kan ik ze spreken. Onze familie is nog altijd in gevaar. Het is mij gelukt om te vluchten, maar ik voel dagelijks angst voor mijn gezin. Hopelijk kunnen zij ooit hierheen komen. Onder Assad was het niet veilig voor ons, maar onder het nieuwe regime is het niet beter geworden.”
Via Ter Apel en Budel kwam Ghaya vorig jaar in Putte terecht, waar ze een kamer deelt met een Syrisch meisje. „Hier voel ik me veilig. Ik ben Nederland heel erg dankbaar, dat jullie ons ontvangen. Met alle nationaliteiten hier vormen we een soort grote familie, we steunen elkaar”, vertelt ze in het licht van de grote kerstboom in de kantine. „Ja, kerst vieren we ook samen.”
Geen veiligheid, alleen angst
In Syrië gaf Ghaya Engelse les aan kinderen van zes tot twaalf jaar. Nu leert ze zelf Nederlands in de opvang of bij Participatiecafé De Bunt in Putte. „Ik loop wel eens een rondje door het dorp. Wat me opvalt? Er zijn geen bergen of heuvels. Maar het is mooi hier. Al dat groen, de bossen, dat is toch heel anders dan de olijfbomen bij ons thuis.”
De warme opvang ten spijt, zit Ghaya nog vol zorgen. „Het is toch een aparte situatie hier. Je verliest je privacy, dat is moeilijk. En een asielprocedure is lang wachten; die onzekerheid voel je fysiek en mentaal. Ik weet niet wat de toekomst ons brengt. Mijn gezin kent in Syrië geen veiligheid, alleen angst. Oorlog verwoest alles.”



